Wij werken vooral met vrijwilligers. Moeten wij dit dan ook doen bij hen?

Wettelijk gezien moet dit enkel bij werknemers bevraagd worden. De kern van een risicoanalyse psychosociale risico’s is dat men bevraagd wordt inzake wat goed loopt (wat geeft energie, wat maakt dat men met plezier naar het werk komt) en wat beter kan (wat vraagt energie, wat brengt stress met zich mee).

In een kwalitatieve oefening wordt ook gepeild naar welke verbeterpistes men kan aanreiken.

De vragenlijsten zijn ook bruikbaar bij vrijwilligers. Je kan ook aan de slag met de andere tools om risico’s op te sporen.

Wat gebeurt er als er maar één of enkele medewerkers werken?

Aan de hand van gesprekken, laat je medewerkers nadenken over 3 vragen:

  • Wat loopt goed? Wat maakt dat je met energie naar het werk komt?
  • Wat kan beter? Wat vraagt energie?
  • Welke verbeterpistes kan men aanreiken aangaande de verbeterpunten? Hoe kan men wat goed loopt extra versterken?

Achter de schermen maakt een preventiedienst en/of sociaal secretariaat dan een analyse van de verzamelde input en categoriseren ze thematieken volgens de vijf A’s.

Of je nu met drie of honderd medewerkers werkt, de centrale doelstelling blijft dezelfde: in kaart brengen hoe het loopt op het werk en verbetermaatregelen treffen.

ONDERSTEUNING NODIG?

Je kan steeds terecht bij je externe dienst voor preventie en bescherming op het werk om ondersteuning te vragen bij het uitvoeren van een risicoanalyse. Sommige preventiediensten bieden ook tools aan (zoals bijvoorbeeld de KOPE tool) waarmee je als kleine onderneming zelfstandig aan de slag kan om deze analyse uit te voeren.

Geen idee bij wie je hiervoor terecht kan? Neem een kijkje op SEED-Connect en ontdek wie jouw preventieadviseur psychosociale aspecten is.